(Lopende Honden, Zweethonden en verwante rassen) |
 |
Alias:
Dasbrak
|
Beschrijving: Men kan eigenlijk niet spreken van de Dasbrak, omdat vooral de Westfalische en de Alpenlandisch Erzgebirgler Dasbrak nog voorkomt. Omdat de Westfaalse Dasbrak momenteel het meest voorkomt zal hieronder de verschijning van dit ras worden beschreven. De Westfaalse Dasbrak is iets kleiner en heeft een iets ander hoofd dan de Alpenlandisch Erzgebirler Dasbracke. Voor het overige lijken deze rassen erg op elkaar. De Westfaalse Dasbrak is ontstaan in Westfalen uit een kruising van de Duitse Brak en een Dashond. Het ras werd vooral gebruikt voor de jacht op de vos en het haas.
|
Gebruik: Jachthond, gezelschapshond.
|
Activiteit: De Dasbrak is zeer energiek en heeft derhalve veel beweging nodig.
|
Verschijning:
- Algemeen: De Dasbrak is een tamelijk kleine hond met gestrekt lichaam. Het lichaam is middelmatig lang, met iets opgetrokken buik en sterke rug die iets invalt achter de schouders. De borst is smal en niet te diep. De benen zijn kort en recht en hebben flink bone. Middelmatig lange en sterke hals, met keelhuid.
- Kleur: Alle kleuren van de Duitse Brak met meer of minder wit.
- Hoofd en schedel: Smalle, tamelijk lange schedel en snuit met geringe stop. De neus is groot en donker van kleur met goed geopende neusgaten. De ogen zijn donker en amandelvormig. De oren zijn breed, middelmatig lang en hangen vlak tegen het hoofd aan. Schaargebit.
- Staart: Lang en dik.
- Voeten: Kort en sterk.
- Beharing: Kort en hard.
- Schofthoogte:
- Alpenlandisch-Erzgebirgler: 34 - 42 cm
- Westfalische: 30 - 35 cm.
|
Aard:
- Schrander
- Aanhankelijk
- Energiek
- Dapper
- Gelijkmatig temperament
|