
Rasbeschrijving
(Voorstaande honden) |
 |
Alias:
Friese Staby
|
Beschrijving: De Friese Staby komt net als de Wetterhoun en de Drentsche Patrijs uit de Friese Woudstreek. Het ras bestaat waarschijnlijk al sinds 1800 en werd in 1942 door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied erkend. Het is een staande hond en werd gebruikt voor de jacht op haar- en veerwild. De Friese Staby jaagt graag op mollen en hazen. Het is een veelzijdige hond die tegenwoordig als gezelschapshond wordt gehouden. Buiten Nederland komt men het ras nauwelijks tegen.
|
Gebruik: Werkhond, gezinshond.
|
Activiteit: De Stabyhoun past zich gemakkelijk aan aan stadsleven, mits geregeld uitgelaten. Het liefste jaagt hij achter hazen en mollen aan.
|
Verschijning:
- Algemeen: Een eenvoudige, krachtig gebouwde hond, meer gestrekt dan hoog, noch te fors, noch te fijn gebouwd. Het lichaam is gestrekt met vrij diepe, niet te brede borst en goed gerond ribben. De rug is vrij lang en recht. Matig opgetrokken buik. Benen matig lang met sterk bot. Korte, ronde hals zonder keelhuid.
- Kleur: Zwartbont, blauwbont, bruinbont en oranjebont.
- Hoofd en schedel: Matig brede, vrij lange schedel. De snuit is even lang als de schedel. De schedel is iets gewelfd. Lichte stop. De neus is zwart, bij anders dan zwart-wit gekleurde honden mag de neus bruin zijn. De zwartbonte honden hebben donkerbruine ogen, iets lichter voor bruin- of oranjebonte honden. De oren zijn middelmatig lang, vlak hangend. Schaargebit.
- Staart: Lang, reikend tot aan de sprong. Recht naar beneden gedragen, lang behaard, niet bevederd maar bossig.
- Voeten: Rond met sterke voetzolen.
- Beharing: Lang en sluik, goede bevedering, hoofd echter kort behaard.
- Schofthoogte: Reu: maximaal 50 cm, Teef: minder.
|
Aard:
- Aanhankelijk
- Gemakkelijk te trainen
- Goede waakhond
- Veelzijdige jachthond
- Schrander
- Rustig
|
|