
Rasbeschrijving
(Pinschers en Schnauzers, Molossers, Zwitserse Sennenhonden) |
 |
Beschrijving:
Omstreeks 1473 werden honden vermeld en afgebeeld die "Hofwarth" werden genoemd. Duitse fokkers hebben deze hond gefokt uit boerenhonden uit de Harz, het Schwarzwald en andere bergstreken. Vroeger was het dier een populaire gezelschapshond en bewaker van huis en erf. Het werd niet voor een bepaald doel gefokt. In 1936 werd het ras onder de naam Hovawart erkend. Het is een prettige hond en prima waakhond.
|
Gebruik: Gezinshond, waakhond.
|
Activiteit: Normale hoeveelheid lichaamsbeweging is vereist.
|
Verschijning:
- Algemeen: Robuuste verschijning, middelzwaar. Goed bestand tegen zwaar weer. Goede hardloper en springer. Het dier moet alertheid en snelheid uitstralen, oplettend en snel reagerend. Het lichaam is matig lang, met brede en diepe borst. Benen zijn middelmatig lang met sterk bot. Middelmatig lange hals zonder keelhuid.
- Kleur: Zwart, zwartgeel patroon, donkergeel-lichtgeel patroon, blond. Ogen en neus in overeenstemming met de vachtkleur, echter niet te licht.
- Hoofd en schedel: Krachtig hoofd, met breed en gewelfd voorhoofd. Snuit is recht, welgevormd en niet te lang of te kort. Maximale snuitlengte is gelijk aan de afstand tussen achterhoofdsknobbel en de stop, die flauw is aangegeven. Lippen strak. Amandelvormige ogen, liefst donker van kleur. Driehoekige oren, hangend. Schaargebit.
- Staart: Lang, tot voorbij de sprong reikend. Laag gedragen, hoog wanneer de hond in actie is. Goed bevederd.
- Voeten: Middelmatig groot.
- Beharing: Lang, op het hoofd en voorkant van de benen kort.
- Schofthoogte: Reu: 60 - 70 cm, Teef: 55 - 65 cm.
|
Aard:
- Uitstekende waakhond
- Gesteld op huis en gezin
- Lief voor kinderen
- Trouw
- Gehoorzaam
- Wordt langzaam volwassen
- Neigt soms naar eenmanshond
- Vechter wanneer hij wordt uitgedaagd.
- Intelligent
- Betrouwbaar
|
|