Dogo Argentino



Home
Dieren verzekering
Dierenartsen online
Dierenambulances
Instanties
Contact
Over Dogo Argentino

Op deze site kunt u informatie vinden over de Dogo Argentino.

Rasbeschrijving

(Pinschers en Schnauzers, Molossers, Zwitserse Sennenhonden)
Dogo Argentino
Alias:
Argentijnse Dog
Beschrijving:
In het vaderland heet dit ras "jabalinero", hetgeen wildezwijnhond betekent. Jagers op groot wild zoals de poema en wilde zwijnen hadden behoefte aan een hond die opgewassen zou zijn tegen deze dieren. Kracht, snelheid en uithoudingsvermogen moesten van nature in deze hond aanwezig zijn. Het ras is ontstaan uit kruisingen tussen verschillende rassen, die allen een andere bijdrage hadden aan het ras. De oude vechthond Cordobra (een rijke mix van Spaanse Mastiff de Los Pyreneos, Bull terriƫr, old Bulldogge en de vroege Boxer), de Bordeaux Dog voor de kracht en moed, voor de schoft hoogte een Duitse Dog. Naast deze kenmerken moest de hond ook een wit uiterlijk hebben en een goede neus. De witte kleur was essentieel omdat het dier moest opvallen en zich moest onderscheiden van het wild. Pyrenese Berghond werd ingekruist voor de witte kleur, de English Pointer en Ierse Wolfshond voor de speurkwaliteiten. De Dogo Argentino is een geweldig ras, maar heeft een consequente baas nodig.
Gebruik:
Werkhond
Activiteit:
De Argentijnse Dog heeft veel beweging nodig.
Verschijning:
  • Algemeen: Lichaam met diepe en niet te brede borst. Tamelijk lange benen met zwaar bot. De hals vertoont zware keelhuid. Dit was bedoeld om weerstand te hebben tegen de slagtand of klauw van de tegenstander. Deze huid is nogal elastisch, zodat de hond - wanneer hij toch wordt vastgegrepen - zich kan verweren. De ruglijn is hoger bij de schoft en lager verlopend naar het kruis.
  • Kleur: Geheel wit, slechts een kleine donkere of zwarte vlek bij de ogen of op het hoofd voor de oren toegestaan.
  • Hoofd en schedel: Bolle schedel, korte, brede snuit met duidelijk stop. De hersenpan is massief, bol van voren naar achteren en overdwars als gevolg van de kaakspieren en de nek. De neus is zwart met wijde neusgaten. Donkere ogen, die ver van elkaar af staan. Schaargebit.
  • Staart: Lang, hoog gedragen, maar nooit gekruld. Niet langer dan reikend tot de sprong.
  • Voeten: Sterk en kort.
  • Beharing: Kort.
  • Schofthoogte: Reu: 62 - 65 cm, Teef: 57 - 60 cm.
Aard:
  • Moedig
  • Levendig
  • Enorm uithoudingsvermogen