Affenpinscher



Home
Dieren verzekering
Dierenartsen online
Dierenambulances
Instanties
Contact
Over Affenpinscher

Op deze site kunt u informatie vinden over de Affenpinscher.

Rasbeschrijving

(Pinschers en Schnauzers, Molossers, Zwitserse Sennenhonden)
Affenpinscher
Beschrijving:
De moderne rashondenfokkerij bestaat nog niet veel langer dan een eeuw, maar reeds heel vroeg in de geschiedenis is de mens begonnen met een selectie die leidde tot het ontstaan van verschillende rassen. De mens ontdekte dat ze honden konden fokken die een bepaalde aanleg hadden. Sommige honden waren speciaal geschikt voor de jacht, andere voor bewaking en weer andere voor veedrijven. Zo had men ook in West- en Midden Europa een groep honden die speciaal geschikt was voor het verdelgen van ratten en muizen en tevens als waakhond zijn mannetje stond. Deze honden kwam men vooral tegen op boerderijen. Ze werden PINSCHERS genoemd. Er waren kleine en grote, kortharige en ruwharige Pinschers. Uit de ruwharigen ontstonden de Affenpinschers en de Schnauzers, uit de kortharigen de Dwergpinschers en de Duitse Pinschers.
Gebruik:
Gezinshond, waakhond
Activiteit:
De Affenpinscher heeft genoeg aan gemiddelde beweging en spelen in de tuin. Het dier past zich gemakkelijk aan. Echter: lange wandelingen kan het ras ook goed aan.
Verschijning:
  • Algemeen: De affenpinscher is ruwharig, klein gedrongen, met een aapachtige gezichtsuitdrukking. Zijn geringe grootte maken hem tot een aangename huishond tot in de kleinste woning. Zijn karaktereigenschappen laten hem echter ook de opgave van bewaker vervullen. De hals is kort, met een strakke huid, zonder plooien (droge hals). De borst is een weinig aan de zijde afgevlakt en reikt bij een goede welving tot de ellebooghoogte. De voorborst wordt gevormd door de vooruitstekende schoudergewrichten. De onderborstlijn loopt naar achter gezien iets op en gaat over in de matig opgetrokken buiklijn. De afstand tussen de laatste ribbenboog en de heup is kort, waarmee de hond korter lijkt. De totale lengte van de romp komt ongeveer overeen met de hoogte gemeten op de schoft. De rug is kort en licht aflopend. De bovenlijn van de rug is niet kaarsrecht, maar vertoont een opwaartse welving, die door de krachtige eerste wervel van de rug en de licht afgeronde kroep tot de staartaanzet gevormd wordt. De schuin geplaatste schouderbladen en opperarmen zijn goed gehoekt en vlak, maar niet sterk gespierd, het onderarmbeen is van alle kanten gezien recht en steunend geplaatst, met aanliggende ellebogen. De dijen zijn krachtig bespierd; de sprongen duidelijk gehoekt.
  • Kleur: De kleur is zwart; naar deze kleur moet bij het fokken worden gestreefd. Toegelaten zijn ook de bruine of grauwe aftekeningen of verkleuringen.
  • Hoofd en schedel: Het hoofd is eerder kogelvormig dan gestrekt, niet te zwaar, hoog gewelfd met een uitgesproken voorhoofd. De mond is kort, maar niet Griffonachtig naar boven gebogen. Neus en lippen zijn zwart. Gebit: Helder wit, onder voorbijtend, daarbij goed sluitend zonder zichtbare tanden bij een gesloten mond. Oren: Hoog aangezet, V-vormig, voorzijde strak afhangend langs het hoofd, of een klein gelijkvormig rechtstaand oor. Ogen: De donkere ogen zijn rond en vol, echter niet uitpuilend, omgeven door een krans van harde haren.
  • Staart: De tot ongeveer 3 wervels gecoupeerde staart is hoog aangezet en wordt opwaarts gedragen.
  • Voeten: De voeten zijn kort, rond met aaneengesloten, gewelfde tenen (kattevoet) met donkere nagels en taaie harde zolen.
  • Beharing: Het haar op het lichaam moet hard en dicht zijn. Op het hoofd vormt het een sieraad door de borstelige en stekelige wenkbrauwen en een kransvormige omranding van de ogen, een vorstelijke baard, schedel en wangbeharing. Ook de schedelbeharing moet mogelijk hard, stekelig en rondom uitstaand zijn. Het draagt wezenlijk bij tot de aapachtige uitdrukking, waarop de naam wijst.
  • Schofthoogte: ligt tussen de 25 en 30 cm.
Aard:
  • Onverschrokken
  • Hardnekkig
  • Hartstochtelijk
  • Opmerkzaam
  • Aanhankelijk
  • Ernstig